Ziener-geziene-zien.
We zien twee dingen in het proces van 'zien', de ziener en het geziene object. Wat gebeurt er eigenlijk in het proces van zien? (Hoewel hier het voorbeeld van de ogen wordt genomen, geldt het voor alle zintuigen).
Vanuit de ziener maakt het bewustzijn voortdurend een sprong naar het geziene, omdat het niet in staat is zich te ontspannen in de ziener zelf. Door zijn rusteloosheid geeft het leven aan het geziene.
De voortdurende sprong die plaatsvindt tussen de ziener en het geziene - van de ziener naar het geziene, van het geziene naar de ziener, opnieuw van de ziener naar het geziene en opnieuw van
het geziene naar de ziener - is wat ZIEN is.
Wanneer de ziener niet compleet in gelukzaligheid is met zichzelf, begint hij rusteloos te worden en springt. Wanneer hij springt, geeft hij leven aan het geziene. Omdat hij leven geeft aan het geziene, wordt het proces van springen ZIEN.
Er zijn twee manieren om dit proces van zien te laten vallen. Ofwel de ziener ofwel het geziene moet vallen opdat het proces van zien zou stoppen.
Een persoon die deze sprong stopt door het 'geziene' te laten vallen is een verzaker, een sannyasi. Hij neemt al zijn verlangen weg om dingen te zien, om te geloven dat een van de zintuiglijke objecten waarde voor hem heeft. Het geziene wordt onaantrekkelijk, en het springen houdt op. Hij wordt verlicht door afstand te doen. Dit is ware zelfkennis - gnana. Op het pad van gnana ervaart de ziener onthechting en een volledig getuige zijn van het leven. Op deze manier probeert hij de Werkelijkheid te ontdekken. Het belangrijkste doel is de ontwikkeling van een scherpe en zuivere intelligentie waardoor de Werkelijkheid ervaren kan worden. Adi Shankara, de grote verlichte heilige uit Bharat, bewandelde het pad van gnana en bereikte verlichting. Hij creëerde de meest diepgaande en scherpe geschriften over Zelfkennis die ooit zijn geschreven.
Aan de andere kant, wanneer de ziener zelf wegvalt, is wat overblijft het geziene, en opnieuw stopt het springen tussen de ziener en het geziene. De werkelijkheid wordt gezien. De ziener wordt verlicht door devotie of bhakti.
Wanneer de identiteit van de ziener wegvalt, oplost in het geziene, ontstaat diepe toewijding aan het Bestaan! Alles wordt een opwindende manifestatie van het Bestaan voor hem! Zijn identiteit is er niet meer. Hij gaat op in het Bestaan zelf. Dat is de reden waarom verlichte heiligen zoals Meerabai uit Bharat, die het pad van bhakti bewandelden, de hele tijd in trance waren, opgaand in het goddelijk bewustzijn, hun eigen identiteit vergetend. Ze zong alleen maar lofliederen op God en liep rond op straat zonder enig zelfbewustzijn.
Dus, op de een of andere manier, moet ofwel de ziener ofwel het geziene vallen. Alleen dan zal het springen tussen de ziener en het geziene stoppen. Wanneer het springen stopt, stopt ook het proces van zien.
Of je nu vastzit met de ziener of met het geziene, kom volledig vast te zitten en je bent verlicht! Als je heen en weer springt tussen de ziener en het geziene, niet ontspannen in een van beide, verkeer je in de illusie van een gescheiden bestaan van de ziener en het geziene. Dit springen is wat zich manifesteert als je individuele zien.
Wanneer de frequentie van het geziene hoger is dan die van de ziener, kan de ziener veranderd of gemanipuleerd worden door het geziene. Wanneer de frequentie van de ziener meer is dan de geziene, kan de geziene veranderd of gemanipuleerd worden door de ziener.